Ga naar hoofdinhoud
Low Carb Netherlands
← Alle artikelenVoeding

Hoe ontstaat insulineresistentie? Voeding, fructose en de vicieuze cirkel met ontsteking

Redactie Low Carb Netherlands5 min leestijd

Insulineresistentie ontstaat zelden door één simpele oorzaak. Het is het resultaat van meerdere factoren die elkaar versterken, met onze voeding als de belangrijkste aanjager. In dit tweede artikel in de reeks gaan we een laag dieper: welke concrete mechanismen zorgen ervoor dat cellen steeds minder gevoelig worden voor insuline, en waarom chronische ontsteking daarbij niet alleen een gevolg is, maar ook een oorzaak.

Drie wegen naar hetzelfde eindpunt

Wetenschappelijk onderzoek wijst op drie belangrijke, deels overlappende mechanismen die bijdragen aan insulineresistentie: leververvetting door fructose, herhaalde bloedsuikerpieken door snel verteerbare koolhydraten, en directe verstoring van de insulinesignaalroute in de cel. In het moderne westerse voedingspatroon komen deze drie factoren vrijwel altijd tegelijk voor.

Mechanisme 1: fructose en een vervette lever

Fructose is een enkelvoudige suiker die van nature voorkomt in fruit, maar tegenwoordig vooral in grote hoeveelheden wordt binnengekregen via suiker, frisdrank, vruchtensap en bewerkte producten. In tegenstelling tot glucose, dat door vrijwel alle cellen in het lichaam direct als energie kan worden gebruikt, wordt fructose grotendeels door de lever verwerkt.

Zolang de hoeveelheid fructose beperkt blijft, is dat geen probleem. Maar wanneer de aanvoer de verwerkingscapaciteit van de lever overstijgt, wordt een deel omgezet in vet via een proces dat de novo lipogenese heet. Dat vet stapelt zich op in de lever. Een vervette lever reageert op zijn beurt minder goed op insuline: de eerste stap richting insulineresistentie.

Uit onderzoek bij kinderen met leververvetting bleek dat het terugbrengen van de fructose-inname, bij een gelijkblijvend totaal aantal calorieën, al binnen enkele dagen tot meetbaar minder leververvetting en minder insulineresistentie kon leiden. Bij volwassenen, en zeker bij mensen met bijkomende aandoeningen, duurt dit proces doorgaans langer, maar het laat wel zien hoe direct de relatie is tussen fructose-inname en leverfunctie.

Mechanisme 2: herhaalde bloedsuikerpieken

Geraffineerde koolhydraten zoals witbrood, witte pasta, witte rijst, gebak en suikerhoudende dranken bevatten weinig vezels en worden daardoor snel afgebroken tot glucose. Dat zorgt voor een snelle stijging van de bloedsuikerspiegel, waarna de alvleesklier extra insuline moet afgeven om die glucose weer uit het bloed te krijgen.

Op zichzelf is een enkele bloedsuikerpiek onschuldig. Het probleem ontstaat wanneer dit patroon zich dagelijks, jarenlang herhaalt, vaak in combinatie met overgewicht, leververvetting en weinig lichaamsbeweging. Dan draagt het bij aan chronisch verhoogde insulinespiegels, en uiteindelijk aan insulineresistentie.

Mechanisme 3: een verstoord signaal op celniveau

Het derde mechanisme is subtieler: een directe verstoring van de insulinesignaalroute in de cel zelf. Door herhaalde glucosepieken, oxidatieve stress, chronische ontsteking en de vorming van versuikerde eiwitten (Advanced Glycation Endproducts, afgekort AGEs) kan het signaal van de insulinereceptor minder goed worden doorgegeven. De receptor is er nog, maar de boodschap komt niet goed meer aan. Het gevolg: spier-, lever- en vetcellen reageren minder op insuline.

De rol van sterk bewerkte zaadolieën in dit mechanisme wordt nog onderzocht. Vooral sterk geraffineerde plantaardige oliën en herhaaldelijk verhit frituurvet staan in de belangstelling vanwege hun link met oxidatieve stress en ontstekingssignalering, al is het exacte mechanisme nog niet volledig uitgekristalliseerd.

Ontsteking: niet alleen gevolg, ook oorzaak

Tot nu toe klinkt insulineresistentie als eenrichtingsverkeer: slechte voeding leidt tot insulineresistentie. Maar de relatie werkt ook de andere kant op. Insulineresistentie is niet alleen een gevolg van voeding, het is ook een gevolg van chronische ontsteking zelf.

Ontstekingseiwitten zoals TNF-alfa en IL-6 kunnen de insulinesignaalroute rechtstreeks verstoren op celniveau, waardoor cellen minder gevoelig worden voor insuline. Omgekeerd versterkt insulineresistentie op zijn beurt de ontsteking. Vetweefsel is namelijk geen passieve opslagplaats, maar een actief hormonaal en immunologisch orgaan. Bij overgewicht en insulineresistentie raakt vetweefsel geïnfiltreerd door immuuncellen en produceert het meer ontstekingsbevorderende stoffen.

Zo ontstaat een zichzelf versterkende cirkel: ontsteking veroorzaakt insulineresistentie, en insulineresistentie veroorzaakt op zijn beurt meer ontsteking. Geen rechte lijn van oorzaak naar gevolg, maar een netwerk dat zichzelf in stand houdt.

De vraag wat er het eerst was

Komt insulineresistentie vóór overgewicht, of andersom? Er is geen simpel antwoord. Meerdere langetermijnstudies laten zien dat een verstoorde insulinerespons latere gewichtstoename kan voorspellen, wat suggereert dat insulineresistentie bij veel mensen al vroeg in het proces een rol speelt, soms al vóórdat er sprake is van zichtbaar overgewicht.

Dat verklaart ook waarom niet iedereen met insulineresistentie er "dik" uitziet. Onderzoek waarbij mensen met een normaal lichaamsgewicht een MRI-scan ondergingen, liet zien dat een aanzienlijk deel van hen toch veel vet rond hun organen had, met name rond de lever. In de literatuur heet dit TOFI: thin outside, fat inside. Zij dragen hetzelfde risicoprofiel als mensen met zichtbaar overgewicht, maar worden in de reguliere zorg zelden herkend.

Waarom dit meer is dan een suikerprobleem

Het beeld dat hieruit ontstaat, is er een van een netwerk van elkaar versterkende factoren: voeding, insulineresistentie, chronische ontsteking en vetopslag grijpen voortdurend op elkaar in. Dat is meteen ook waarom "minder eten, meer bewegen" als geïsoleerd advies vaak niet werkt: het pakt één knop aan in een systeem met meerdere onderling verbonden knoppen.

In het volgende en laatste artikel in deze reeks zoomen we in op een minder bekend, maar voor veel lezers van dit platform bijzonder relevant gevolg van insulineresistentie: de directe link met gewrichtsklachten, van artrose tot peesproblemen.

Referenties

  • Hashempour-Baltork, F., Farshi, P., Mirza Alizadeh, A., Eskandarzadeh, S., Abedinzadeh, S., Azadmard-Damirchi, S. & Torbati, M. (2023). Effect of Refined Edible Oils on Neurodegenerative Disorders. Advanced Pharmaceutical Bulletin, 13, 461–468.
  • Softic, S., Cohen, D.E. & Kahn, C.R. (2016). Role of Dietary Fructose and Hepatic De Novo Lipogenesis in Fatty Liver Disease. Digestive Diseases and Sciences, 61(5), 1282-1293.
  • Schwarz, J.M., Noworolski, S.M., Erkin-Cakmak, A. et al. (2017). Effects of Dietary Fructose Restriction on Liver Fat, De Novo Lipogenesis, and Insulin Kinetics in Children With Obesity. Gastroenterology, 153(3), 743-752.

Dit artikel is bedoeld ter informatie en vervangt geen individueel medisch advies. Pas medicatie nooit zelfstandig aan en overleg veranderingen in je voeding bij bestaande aandoeningen altijd met je arts of diëtist.